Herfstrally Soliferclub in Gerolstein

Deze zomer zijn we eigenlijk niet met de caravan weggeweest vanwege de steeds uitlopende verbouwing aan de begane grond van ons huis. Tijdens de verbouwing hebben we gekampeerd op een seizoensplaats bij de NCC. Deze herfst kwam het er eindelijk weer van om te gaan toeren, met de Soliferclub naar Gerolstein in de Vulkaneifel. Het kampje was georganiseerd als een tref, d.w.z. dat er geen programma is, een ieder kan al of niet zijn eigen weg gaan. Wel zijn er allerlei suggesties. Zo hebben een aantal koppels met een minigruppe-karte van de spoorwegen een bezoek aan Trier gebracht. Dit hebben wij niet gedaan, wij zijn al een paar keer in Trier geweest, dat kennen we nu wel.

Wat we wel hebben gedaan is een bezoek aan het Naturkundemuseum in Gerolstein. Volgens een van de folders wordt daar een mulitmediashow over de ontstaansgeschiedenis van het landschap in de Vulkaneifel vertoond. Dat wilden wij wel zien. Een vriendelijke dame achter de kassa nodigde ons uit om eerst te beginnen in het museum zelf en dan terug te komen op de begintijd. Toen het tijd was zette de dame een tweetal stoelen klaar en startte de diavoorstelling. Later bezochten nog een paar andere bezoekers het museum en die schoven gewoon aan. De voorstelling gaf een mooi overzicht van het leven in het Devoon en het vulkanisme in de streek. Dat vulkanisme veroozaakte het onstaan van de maren die karakteristiek zijn voor de Vukaneifel. Feitelijk zijn het uitbarstingen (ontploffingen) van de aanraking van magma met ondergrondse waterhoudende lagen. Hoogtepunten in de tentoonstellingen in het museum zijn de vele fossielen uit het Devoon, diverse gesteentes en een vlinderverzameling.

De foto's hieronder gaan over het bezoek dat we gebracht hebben aan de 4 historische molens in Birgel. De oudste molen is een graanmolen waarvan de eerste versie al dateert uit de 13e eeuw. De hele verzameling is een particulier openluchtmuseum. De eigenaar kocht oorspronkelijk het land voor zijn bedrijf, maar moest de oude molen erbij nemen. Hij had er lol in om die te restaureren en van het een kwam het ander: hij kocht steeds meer objecten die hij op zijn land herbouwde. Zijn bedrijf heeft hij toen maar overgedaan aan een ander. Zijn inkomsten komen nu uit verhuurde apartementen in historische pandjes en de verkoop van plaatselijke producten van o.a. de molens in zijn winkeltje. De oorspronkelijke graanmolen werd aangedreven door een waterrad. Dat werd begin 20e eeuw vervangen door een door waterkracht aangedreven electrische generator. Dus alle "molens" draaien sindsdien op elektra.

Wij hebben ons gemeld bij het winkeltje voor de in de folder aangekondigde rondleiding. Wij betaalden en toen werd ons verzocht om maar alvast wat rond te kijken in het winkeltje. De rondleider moest nog gebeld... Na een halfuurtje kwam die opdagen en kon de rondleiding alleen voor ons tweeën beginnen. Als eerste bezochten we de mosterdmolen.

De zaagmolen.


Eigenlijk gaat het om een historische horizontale zaagbank. Deze werd voor ons gedemonstreerd. Later zagen we diverse tafelbladen afkomstig van deze machine.

De oliemolen. Deze stond in een grote ruimte verlicht door hogedruk lampen, vandaar de groenige kleur van de foto's. In de molen wordt bijvoorbeeld koolzaad tot pulp gemalen. De pulp wordt sandwichgewijs tussen filters gestapeld en gaan dan de hydraulische pers in. Resultaat: heldere raapolie.

De likeurdistilleerderij.


Met dit apparaat wordt bessenlikeur gestookt. Daarvoor moet je in Duitsland als particulier vergunning hebben en daar is moeilijk aan te komen. De eerste installatie die de eigenaar kocht bleek een bij de verkoper eerder door de inspectie afgekeurd exemplaar, dus schroot. Deze voldoet wel aan de normen. De drankjes konden we proeven (hebben we niet gedaan) en kopen in het winkeltje.

De bakkerij.


Hier wordt nog regelmatig door vrouwen uit het dorp desembrood met meel uit de molen gebakken. Eerst wordt de oven met hout gestookt tot de goede temperatuur bereikt is. Vervolgens wordt de as verwijderd, de vloer schoongeveegd en dan wordt het brood gebakken.

De graanmolen.


Links een foto van een klassieke molen met molensteen, rechts een modernere molen die werkt met walsen. Het gemalen meel wordt opgevoerd maar boven in het gebouw waar het meel wordt gezeefd. De fractie die te grof is wordt teruggevoerd naar het maalgedeelte. Dat gaat zo door tot alles fijn genoeg is.

In het plaatselijke krantje staat naast allerlei verkiezingspropaganda ook een evenementenkalender. O.a op woensdagmiddag kan de Erlöserkirche in Gerolstein bezocht worden, wel eerst even informeren of de kerk niet voor iets anders in gebruik is. Nee, er is om 15 uur een rondleiding. Aan anderen van de groep gevraagd of ze ook belangstelling hebben voor een kerkbezichtiging, zo staan we tenslotte met 16 Soliferisten en een aantal andere toeristen voor de kerkdeur te wachten op de gids. Dat blijkt dezelfde dame te zijn als die in het Naturkundemuseum de scepter zwaait.

Als je de vele gebeeldhouwde pilaren en ornamenten ziet, de rijk versierde voordeur en het prachtige metselwerk, verbaast het je dat tussen het leggen van de eerste steen en de inwijding van de kerk maar twee en een half jaar ligt. Tussen 1911 en 1913 zullen toch veel mannen in het leger gediend hebben. Het is de laatste van 100 Evangelische Kerken bekostigd uit een bouwfonds, ook de keizer Wilhelm II heeft mee betaald.

Binnen is nog meer moois te zien. In het voorportaal zien we 4 portretten, van de laatste twee keizerlijke paren, prachtig in mozaïeksteentjes uitgevoerd. De wanden zijn verder bedekt met patronen van miljoenen mozaïeksteentjes in vele kleuren en heel veel met bladgoud, marmer uit de Eifel en, nog kostbaarder, geschilderd marmer. De vloeren hebben prachtige tegelpatronen. In de koepel zien we de beeltenissen van Karel de Grote, Pepijn de Korte, Bonifatius, Willibrord en vier serafijnen. Voor in de kerk zijn belangrijke gebouwen uit de bijbelse geschiedenis afgebeeld. Het allermooiste is wel de Christusfiguur in wiens mantel meer dan 70 kleuren wit en beige verwerkt zijn. Je komt ogen te kort. Wat zal dit alles geschitterd hebben in het kaarslicht, pas in de jaren 30 kwam er elektrisch licht.

De keizer bezocht de kerk, ook na de inwijding, af en toe. Daarvoor waren speciaal 2 stoelen met “keizerlijke” afmetingen. De keizerlijke trein stopte dan op een speciaal perron voor de kerk. Toen de gemeente Gerolstein zijn eis om de tegenovergelegen rots “Keizerrots” te noemen afwees, vertrok hij boos en beledigd met zijn gezelschap direkt na de kerkdienst.


Aan het einde van de tweede wereldoorlog is de oostelijke vleugel van de kerk verwoest bij een bombardement. Later bleek ook het fundament van de toren daardoor ontzet. Alles is weer hersteld, alleen waren er nu geen bouwfonds en keizer meer om mee te betalen.

Als iedereen uitgekeken is in de kerk bezoeken we het naastgelegen museum gewijd aan de bij de grondwerkzaamheden voor de bouw van de kerk gevonden resten van de Romeinse Villa Rustica. Er is een maquette van de villa en allerlei bodemvondsten uit die tijd. Toen een leger van lange Franken probeerde de Romeinen te verdrijven, werden ze in de pan gehakt door de veel kleinere Romeinen.


Er is een aantal skeletten gevonden van die meer dan twee meter lange reuzen, allemaal met een ingeslagen schedel. Een ervan ligt al meer dan honderd jaar in een glazen kist in het museum. Wetenschappers willen hem graag onderzoeken en nameten. Dat gaat niet gebeuren, ze zijn bang dat hij korter blijkt te zijn en ook dat ze hem kwijt zullen zijn voor dit museum.

Tot zover onze toeristische uitstapjes. Uiteraard was het ook een hernieuwde ontmoeting met vrienden en bekenden.


© Fam. Buitenhuis 2019